dinsdag 9 december 2014

Leerstijltest

Jan Vermunt heeft onderzoek gedaan naar opvattingen en gedrag van studenten met betrekking tot hun leren. Uit zijn onderzoek bleek dat de leer- en regulatie-activiteiten die studenten uitvoeren en de studie-opvattingen en -motieven die zij hebben zodanig met elkaar samenhangen, dat van vier leerstijlen kan worden gesproken: 
  • een betekenisgerichte leerstijl, 
  • een reproductiegerichte leerstijl, 
  • een toepassingsgerichte leerstijl en 
  • een ongerichte leerstijl.

Betekenisgerichte leerstijl
Studenten met een betekenisgerichte leerstijl zoeken naar verbanden in de studiestof, proberen zelf structuur aan te brengen en staan kritisch tegenover de te bestuderen stof (diepteverwerking). Ze bepalen zelf hoe ze leren en wat ze belangrijk vinden (zelfsturing). Ze zien studeren als het opbouwen van kennis en inzichten en studeren uit persoonlijke interesse.

• Motivatie: persoonlijke interesse
• Leeractiviteiten: diepteverwerking
• Sturing: zelfgestuurd
• Opvatting: Opbouw van kennis


Reproductiegerichte leerstijl
Studenten met een reproductiegerichte leerstijl leren de studiestof vaak uit hun hoofd, herhalen de stof veelvuldig en gaan gedetailleerd te werk (stapsgewijze verwerking). Daarnaast laten zij zich door het onderwijs sturen en zien ze studeren als het opnemen van kennis. Ze zijn gericht op het behalen van certificaten en het uittesten van eigen capaciteiten.

 Motivatie: cijfers, toets, diploma
• Leeractiviteiten: stampen en herhalen
• Sturing: extern (ouders, docenten)
• Opvatting: verzamelen van kennis


Toepassingsgerichte leerstijl
Studenten met een toepassingsgerichte leerstijl proberen datgene wat ze leren in de praktijk toe te passen (concrete verwerking). Ze zien studeren dan ook als het leren gebruiken van de kennis die men verwerft en zijn bij het studeren gericht op hun toekomstige beroep (beroepsgerichte leeroriëntatie).

 Motivatie: Beroepsgericht
• Leeractiviteiten: gebruiken en concretiseren
• Sturing: zelf- en extern gestuurd
• Opvatting: gebruik van kennis


Ongerichte leerstijl
Studenten met een ongerichte leerstijl vinden het moeilijk om hun eigen leren te sturen, maar hebben ook nauwelijks houvast aan de aanwijzingen in de studiestof of van docenten (stuurloze regulatiestrategie). Ze vinden dat het onderwijs stimulerend hoort te zijn en werken graag samen met medestudenten. Verder staan ze onzeker tegenover hun studie (ambivalente leeroriëntatie): ze twijfelen of ze goed genoeg zijn om de studie af te maken of ze vragen zich af of ze wel de goede studie hebben gekozen.

• Motivatie: afhankelijk van anderen
• Leeractiviteiten: nauwelijks
• Sturing: stuurloos
• Opvatting: ambivalent


De leerstijltest

De score 0 betekent: absoluut niet mee eens
De score 1 betekent: meer niet dan wel mee eens
De score 2 betekent: neutraal/weet niet
De score 3 betekent: redelijk mee eens
De score 4 betekent: echt helemaal mee eens

Nr.
Uitspraak
Score
1
De leraar moet tijdens de les vaak tegen mij zeggen dat ik aan het werk moet blijven.

2
Voor mij gaat het er bij het leren vooral om zelf dingen uit te zoeken.

3
Mijn manier van studeren is alles uit het hoofd leren.

4
Je hebt pas echt iets geleerd als je het verband kunt leggen met de praktijk.

5
Ik heb mijn profiel gekozen omdat het goed voorbereidt op mijn vervolgstudie.

6
Ik doe meer aan vakken die ik later kan gebruiken voor mijn werk of studie dan aan andere vakken.

7
Als we op school met iets nieuws beginnen dan komen er bij mij vanzelf vragen naar boven over dat onderwerp.

8
Leraren mogen op toetsen alleen vragen stellen die je hebt kunnen leren.

9
Ik heb bij een toets liever denkvragen dan leervragen.

10
Ik heb geen flauw idee wat ik de komende tijd aan schoolwerk moet doen.

11
Ik heb liever een leraar die veel uitlegt dan een leraar waarbij ik zelf veel moet uitzoeken.

12
Feitenkennis vind ik belangrijk.

13
Een goede leraar moet zorgen voor een samenvatting van de leerstof. Dat hoeft een leerling niet te doen.

14
Als huiswerk maak ik liever redeneervragen dan kennisvragen.

15
Ik krijg dit jaar mijn studie niet onder controle.

16
Ik vraag me regelmatig af of er meer oplossingen zijn voor een probleem.

17
Uit nieuwsgierigheid leer ik soms meer dan wat een leraar mij opgeeft.

18
Ik doe graag iets met de leerstof. Bijvoorbeeld een samenvatting maken.

19
Goede cijfers halen! Dat is mijn motivatie om te leren.

20
Als ik leer, dan vraag ik mij vaak af waarvoor ik het kan gebruiken.

21
Als ik zelfstandig moet werken of keuzewerktijd heb, dan weet ik vaak niet wat ik moet doen.

22
Ik begrijp het veel beter als ik voorbeelden krijg bij de theorie.

23
Leren zal vast wel ergens nuttig voor zijn, maar ik zou het niet weten.

24
Bij het leren gaat het om het ontdekken van de grote lijn.

25
Ik onderstreep veel tijdens het leren, want dat helpt me bij het onthouden van de leerstof.

26
Kennis moet je in de praktijk kunnen toepassen. Dan pas heeft het zin om te gaan leren.

27
Als ik moet leren voor een toets dan ga ik van voren naar achteren door de leerstof heen.

28
Ik let erop of er fouten in een redenering staan.

29
Ik ben zo’n type dat het leuk vindt om met praktische problemen bezig te zijn.

30
Ik vind het belangrijker dat ik de leerstof ken dan dat ik er iets mee kan.

31
Als ik iets niet begrijp, dan heb ik vaak geen idee wat ik moet doen om het toch te begrijpen.

32
Het doel van leren is om jezelf beter te leren kennen.

33
Ik vind dat leraren iedere dag huiswerk moeten opgeven.

34
Ik ben niet tevreden over mijn manier van leren, maar ik weet niet wat ik er aan moet doen.

35
Ik doe liever practicum dan theorie.

36
Ik zit op school voor het diploma. Dat heb je later nodig voor een goede baan.

37
Ik vind leren leuk, want ik houd van nadenken.

38
Iemand moet mij helpen, want zo red ik het niet met mijn schoolwerk.

39
Ik zit wel te leren, maar ik neem niets op.

40
Ik maak vaak samenvattingen van de stof.



Neem de scores uit de vragenlijst die je hebt ingevuld over in de volgende tabel en bereken de totaalscore per kolom.


Ongericht
reproductiegericht
toepassingsgericht
betekenisgericht

Score vraag

Score vraag
Score vraag
Score vraag
1
3
4
2
10
8
5
7
13
11
6
9
15
12
18
14
21
19
20
16
23
25
22
17
31
27
26
24
34
30
29
28
38
33
35
32
39
40
36
37
Totaal:
Totaal:
Totaal:
Totaal:

Zet de totaalscore over in de onderstaande figuur. Is bijvoorbeeld de totaalscore voor “toepassingsgericht” het getal 35, teken dan op de verticale as het getal 35 af en kleur het bijpassende cirkelsegment in het kwadrant ‘toepassingsgericht’.






Nr.
Uitspraak
Leerstijl
2
Voor mij gaat het er bij het leren vooral om zelf dingen uit te zoeken.
Betekenisgericht
7
Als we op school met iets nieuws beginnen dan komen er bij mij vanzelf vragen naar boven over dat onderwerp.
Betekenisgericht
9
Ik heb bij een toets liever denkvragen dan leervragen.
Betekenisgericht
14
Als huiswerk maak ik liever redeneervragen dan kennisvragen.
Betekenisgericht
16
Ik vraag me regelmatig af of er meer oplossingen zijn voor een probleem.
Betekenisgericht
17
Uit nieuwsgierigheid leer ik soms meer dan wat een leraar mij opgeeft.
Betekenisgericht
24
Bij het leren gaat het om het ontdekken van de grote lijn.
Betekenisgericht
28
Ik let erop of er fouten in een redenering staan.
Betekenisgericht
32
Het doel van leren is om jezelf beter te leren kennen.
Betekenisgericht
37
Ik vind leren leuk, want ik houd van nadenken.
Betekenisgericht


Nr.
Uitspraak
Leerstijl
1
De leraar moet tijdens de les vaak tegen mij zeggen dat ik aan het werk moet blijven.
Ongericht
10
Ik heb geen flauw idee wat ik de komende tijd aan schoolwerk moet doen.
Ongericht
13
Een goede leraar moet zorgen voor een samenvatting van de leerstof. Dat hoeft een leerling niet te doen.
Ongericht
15
Ik krijg dit jaar mijn studie niet onder controle.
Ongericht
21
Als ik zelfstandig moet werken of keuzewerktijd heb, dan weet ik vaak niet wat ik moet doen.
Ongericht
23
Leren zal vast wel ergens nuttig voor zijn, maar ik zou het niet weten.
Ongericht
31
Als ik iets niet begrijp, dan heb ik vaak geen idee wat ik moet doen om het toch te begrijpen.
Ongericht
34
Ik ben niet tevreden over mijn manier van leren, maar ik weet niet wat ik er aan moet doen.
Ongericht
38
Iemand moet mij helpen, want zo red ik het niet met mijn schoolwerk.
Ongericht
39
Ik zit wel te leren, maar ik neem niets op.
Ongericht


Nr.
Uitspraak
Leerstijl
3
Mijn manier van studeren is alles uit het hoofd leren.
reproductiegericht
8
Leraren mogen op toetsen alleen vragen stellen die je hebt kunnen leren.
Reproductiegericht
11
Ik heb liever een leraar die veel uitlegt dan een leraar waarbij ik zelf veel moet uitzoeken.
Reproductiegericht
12
Feitenkennis vind ik belangrijk.
Reproductiegericht
19
Goede cijfers halen! Dat is mijn motivatie om te leren.
Reproductiegericht
25
Ik onderstreep veel tijdens het leren, want dat helpt me bij het onthouden van de leerstof.
Reproductiegericht
27
Als ik moet leren voor een toets dan ga ik van voren naar achteren door de leerstof heen.
Reproductiegericht
30
Ik vind het belangrijker dat ik de leerstof ken dan dat ik er iets mee kan.
Reproductiegericht
33
Ik vind dat leraren iedere dag huiswerk moeten opgeven.
Reproductiegericht
40
Ik maak vaak samenvattingen van de stof.
Reproductiegericht


Nr.
Uitspraak
Leerstijl
4
Je hebt pas echt iets geleerd als je het verband kunt leggen met de praktijk.
Toepassingsgericht
5
Ik heb mijn profiel gekozen omdat het goed voorbereidt op mijn vervolgstudie.
Toepassingsgericht
6
Ik doe meer aan vakken die ik later kan gebruiken voor mijn werk of studie dan aan andere vakken.
Toepassingsgericht
18
Ik doe graag iets met de leerstof. Bijvoorbeeld een samenvatting maken.
Toepassingsgericht
20
Als ik leer, dan vraag ik mij vaak af waarvoor ik het kan gebruiken.
Toepassingsgericht
22
Ik begrijp het veel beter als ik voorbeelden krijg bij de theorie.
Toepassingsgericht
26
Kennis moet je in de praktijk kunnen toepassen. Dan pas heeft het zin om te gaan leren.
Toepassingsgericht
29
Ik ben zo’n type dat het leuk vindt om met praktische problemen bezig te zijn.
Toepassingsgericht
35
Ik doe liever practicum dan theorie.
Toepassingsgericht
36
Ik zit op school voor het diploma. Dat heb je later nodig voor een goede baan.
Toepassingsgericht