donderdag 2 november 2017

Vergroten van de ouderbetrokkenheid bij‘moeilijk bereikbare’ ouders

Hoe vergroten we de ouderbetrokkenheid van ‘moeilijk bereikbare’ ouders?


Het literatuuroverzicht van Smit, Sluiter en Driessen (2006) geeft antwoord op deze vraag.


Op basis van internationaal onderzoek noemen zij de volgende condities voor ouderbetrokkenheid van ‘moeilijk bereikbare’ ouders:



  • Betrokkenheid van moeilijk bereikbare ouders staat hoog op de beleidsagenda;
  • School vraagt ouders naar belangen en wensen;
  • School ziet allochtone en laag opgeleide ouders als serieuze gesprekspartners;
  • Alle ouders, van verschillende achtergrond, werken samen aan ouderbetrokkenheid;
  • Focus is gericht op ontwikkeling van de leerlingen.
Naast de activiteiten is de houding van leraren ten opzichte van ouders belangrijk. Over het algemeen hebben leraren een positieve houding ten opzichte van ouders. Ze vinden de thuisbetrokkenheid van ouders erg belangrijk. Wel blijkt dat leraren met een 'middle class' achtergrond weinig kennis van en feeling met ouders uit lagere milieus hebben. Leraren onderschatten vaak de betrokkenheid van cultureel-etnische minderheidsgroepen (Bakker et al., 2013, p. 58). Door intensiever met deze ouders
contact te onderhouden leren ze hun thuissituaties beter kennen.

zaterdag 28 oktober 2017

formatief evalueren

Formatieve evaluatie is een vorm waarbij toetsing veel meer wordt benut als een onderdeel van het leerproces: leerlingen mogen fouten maken en krijgen feedback om hun leren te verbeteren.

https://www.toetsmagazine.nl/uploads/downloads/Toets06/Toets!%20Magazine%206.pdf

In tegenstelling tot summatief toetsen, heeft formatief toetsen als primair doel leerlingen inzicht te geven in hun eigen leerproces en hun onderwijs op maat te geven. 

Toetsen met een formatieve functie zorgen ervoor dat de docent:

- helder heeft waar de leerling naartoe werkt (feed up);
- een goed beeld krijgt waar de leerling staat (feedback);
- weet de docent hoe hij de leerling naar de gewenste situatie kan leiden (feed forward).

Doordat de docent aan het einde van zijn les vragen stelt over de behandelde stof en over de te behandelen lesstof, krijgt de docent inzicht waar zijn leerlingen staan in hun leerproces:

- Hebben ze de behandelde stof voldoende begrepen?
- Kan hij de volgende les inderdaad aan nieuwe lesstof beginnen?
- Of blijkt dat leerlingen ook die stof beheersen?
- Hebben slechts enkele leerlingen extra instructie nodig?


Op basis van de uitkomst is het voor de docent mogelijk om in te spelen op wat zijn leerlingen nodig hebben en om eventueel zijn lesinstructies en leeractiviteiten de volgende les bij te stellen.

vrijdag 27 oktober 2017

Een Veilige School



Uitgangspunten rondom het thema 'veilige school':

 
  • Verdraagzaamheid (geen geweld)
  • Een gezonde (school)omgeving (geen drugs)
  • Respect en integriteit (geen discriminatie)
  • Zorgzaam, iedereen doet mee (niemand wordt in de steek gelaten)
  • Een open gebouw
  • Kledingvoorschriften / dresscode
  • Geen wapens
  • Ondersteuning (interne en externe zorg en ondersteuning)
  • Code m.b.t. Social Media
  • Een zuiver systeem (geen corruptie, voortrekken, nepotisme etc.)
  • Een schone (school)omgeving
  • Privacy
  • Correct gedrag belonen / waarderen en aanspreken op negatief gedrag
  • 'Aandacht' is ons motto

 

woensdag 4 oktober 2017

The future of learning

The future of learning models must be:

1- personalised: to fit each learner

2- learner-driven: let kids earn own their learning

3- applied: to let kids learn by doing

4- cost-effective: to be feasible at scale

5- tech-enabled: to leverage technologies that work





The learning brain





dinsdag 3 oktober 2017

positieve feedback

Kinderen leren vooral van positieve feedback. je bent wellicht veel vertrouwder met negatieve feedback, hoewel positieve feedback ook voor volwassenen motiverender werkt.

Uit hersenonderzoek is gebleken dat leren het effectiefst verloopt als je:

- nieuwsgierig bent en zin hebt om te leren. Dan maak je immers dopamine aan, een chemische stof in je hersenen die ervoor zorgt dat informatie beter wordt doorgegeven.

- iets gaat leren dat nieuw is, maar vooral ook net iets moeilijker dan het gekende. Een beetje zoals bij het volgende niveau van een game.

- niet al te zeer onder spanning staat. Een overdaad aan stress verlamt de hersenen, waardoor je geen nieuwe informatie kunt opslaan. Eerst ontspannen, al dan niet met behulp van anderen, is de boodschap in dergelijke situatie.

maandag 4 september 2017

Hoe krijg je leerlingen echt betrokken bij de les?

Hoe krijg je leerlingen echt betrokken bij de les? Als docent heb je daar zeker invloed op.

In het boek Betrokkenheid beschrijft de onderwijswetenschapper Robert Marzano wat daarbij een rol speelt. Dit boek heeft samen geschreven met zijn collega onderwijswetenschapper Debra Pickering.

Bij betrokkenheid spelen vier factoren een sterke rol:

• Emoties: Hoe voel ik me?
• Interesse: Ben ik geïnteresseerd?
• Relevantie: Is dit belangrijk?
• Doeltreffendheid: Kan ik dit?





Bij leerlingen

Bij docenten

Aandacht

Aandacht is een kortdurend verschijnsel, dat enkele seconden tot enkele minuten kan duren.

Emoties: 
Hoe voel ik me?


Heb ik hun aandacht?

Interesse: 
Ben ik geïnteresseerd?

Betrokkenheid

Betrokkenheid duurt langer: dat reikt verder dan een enkele les.

Relevantie: 
Is dit belangrijk?


Zijn ze betrokken?

Doeltreffendheid: 
Kan ik dit?





Hoe voel ik me?



De eerste vraag als het gaat om betrokkenheid is: Hoe voel ik me?



Emoties beïnvloeden ons gedrag. 

Negatieve emoties zorgen ervoor dat we minder snel geneigd zijn om ons bezig te houden met nieuwe activiteiten en uitdagingen. Emoties die gekoppeld zijn aan betrokkenheid zijn: enthousiasme, interesse, vreugde, tevredenheid, trots, levendigheid en animo.



Emoties die zorgen voor vervreemding zijn: verveling, desinteresse, frustratie, woede, verdriet, bezorgdheid, schaamte, schuldgevoel.



Hoe kun je hier concreet aan werken? 

Tips:



• Houd het tempo hoog door vaste routines en strakke overgangen


• Zorg voor andere activiteiten voor als de taak klaar is.


• Presenteer nieuwe lesstof liever in kleine brokjes dan in één keer.


• Zorg voor bewegingsactiviteiten. Dit kunnen energizers zijn die niets met de inhoud te maken hebben, maar ook bewegingen die het begrip van de leerstof verdiepen.


• Toon je eigen betrokkenheid door het delen van persoonlijke verhalen. Dit nodigt de leerlingen uit om naar hun eigen persoonlijke banden met het onderwerp te kijken.


• Gebruik humor, zoals zelfspot, grappige krantenkoppen of quotes.



Drie aspecten die een belangrijke rol spelen bij het beïnvloeden van de emoties, zijn:


1. Het energieniveau van de leerlingen. Een levendig tempo houdt het energieniveau hoog. Én af en toe bewegen is goed voor de hersenen.


2. De positieve houding van de leerkracht. Sleutelwoorden hierbij zijn: passie, enthousiasme en humor.


3. De mate waarin leerlingen zich geaccepteerd voelen. De band met klasgenoten is minstens even belangrijk als de band tussen leerlingen.



Als de leerkracht aan de bovenstaande aspecten werkt, vergroot hij de kans dat leerlingen een positief antwoord geven op de vraag: Hoe voel ik me?







Ben ik geïnteresseerd?



De tweede vraag als het gaat om betrokkenheid is: Ben ik geïnteresseerd?



Iemand die emotioneel betrokken is, kan toch niet meedoen omdat hij de activiteit niet interessant vindt. Interesse kun je onderverdelen in twee soorten:



• Situationele interesse. Hierbij is er verschil tussen opgewekte interesse (bijvoorbeeld door een demonstratie of een spelletje) en voortgezette interesse (als een leerling geïnteresseerd blijft).


• Persoonlijke interesse.



Hoe kun je situationele interesse opwekken en vasthouden? Dat kan door:



• Spelactiviteiten die gericht zijn op leren. Dit kunnen activiteiten zijn met een competitie-element.


• Milde meningsverschillen. Dit kan door werkvormen zoals een debat of een hoorzitting.


• Opmerkelijke informatie. Dit kan bijvoorbeeld door interessante feitjes.


• Effectieve vraagtechnieken, zoals:

- Kiezen van willekeurige leerlingen.

- Antwoord in tweetallen.

- Denktijd.

- Antwoordketens.

- Antwoorden in koor.

- Gelijktijdige individuele antwoorden: leerlingen kiezen tegelijkertijd voor opties A, B of C.







Is dit belangrijk?



De derde vraag als het gaat om betrokkenheid is: Is dit belangrijk?



De leerdoelen van school sluiten niet altijd aan bij wat de kinderen willen leren. 

Leerlingen vragen zich af: Is dit belangrijk? Als het antwoord op die vraag nee is, zullen ze niet betrokken zijn.

Hoe kun je leerlingen het belang laten zien van de leerstof?



• Door keuzemogelijkheden te bieden.


• Door cognitief complexe taken aan te bieden, die denkkracht vereisen.


• Door te verbinden met het dagelijkse leven en de ambities van de leerlingen.


• Door te stimuleren om kennis toe te passen.









Kan ik dit?



De laatste vraag als het gaat om betrokkenheid is: Kan ik dit? 

Als de leerling er geen vertrouwen in heeft dat hij de taak kan, dan kan hij de eerste drie vragen wel positief beantwoord hebben, maar zal hij uiteindelijk toch niet aan de taak beginnen. Dit hangt ook af van de mindset van de leerling, of hij een fixed of een growth mindset heeft.

Welke strategieën kunnen we inzetten om ervoor te zorgen dat het antwoord op deze vraag ‘ja’ is?



• Het volgen en bestuderen van hun vorderingen. Hierdoor kunnen leerlingen het verband zien tussen hun inzet en hun leerprestaties. Het stellen van persoonlijke leerdoelen is erg effectief.


• Het gebruiken van effectieve verbale feedback.


• Goede voorbeelden geven, bijvoorbeeld door verhalen en citaten. Een mooi citaat is die van Pablo Picasso: ‘Ik doe altijd wat ik niet kan, in de hoop te leren hoe het te doen.’


• Het gesprek over mindset aangaan en levend houden.




Strategieën

Alle bovengenoemde strategieën kun we onderverdelen in twee soorten: strategieën voor het juiste moment en dagelijkse strategieën.

Welke strategieën kan een leerkracht elke dag inzetten om betrokkenheid te realiseren?

- Handhaven van een effectief tempo
- Tonen van passie en enthousiasme
- Werken aan een positieve relatie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling.
- Gebruiken van effectieve verbale feedback.


Het invoeren van deze strategieën kan één klas kan al heel krachtig zijn, maar het beste is uiteraard een teambrede / schoolbrede aanpak.